SPECIALITEITEN IN VLAARDINGEN
Als we mensen vragen naar de specialiteiten in Vlaardingen zullen de meeste mensen zeggen: IJzerkoekjes. Inderdaad dat is iets speciaal voor Vlaardingen. Maar we hebben in Vlaardingen nog veel meer. Ondertussen zijn er aardig wat onderzoeken gedaan, boeken over geschreven en publicaties gemaakt over allerlei Vlaardingse specialiteiten. O.a. door Frank Hazenberg

Wilt u meer weten over de specialiteiten van Vlaardingen, klik op "hier"
bijgewerkt: 5 april 2026
Maar we beginnen met de ijzerkoekjes. We kennen misschien het verhaal van Daatje de Koe. Die zou rond 1865 begonnen zijn met de ijzerkoekjes. Daatje de Koe (1838-1915) had een winkeltje aan de Hoogstraat, hoek Pepersteeg. Hoogstraat 218. Later van Deventer. Daar zat heel vroeger kruidenier Zijlstra, later nam juwelier van Roon deze winkel erbij. Na een printshop zit daar nu LSE Boutique. Echter, Frank Hazenberg van bakker Hazenberg heeft onderzoek gedaan en daarbij bleek dat er in de 18e eeuw al ijzerkoekjes werden gegeten. Ook in boedelbeschrijvingen uit die tijd komt het begrip ijzerkoekjesijzer al voor. Daatje bakte de koekjes op een ijzer in de achtertuin. De ijzerkoekjes waren snel zeer populair. De winkel werd in 1910 verkocht, maar de nieuwe eigenares ging door met het bakken en verkopen.


Het is een koekje met een stevige structuur en hoge voedingswaarde. In Groot Vlaardingen stond een tijd geleden dat de vissers de ijzerkoekjes meenamen omdat er veel suiker in zat en lang goed bleven. Dat laatste klopt wel, maar archivaris Harm Jan Luth weersprak dat weer omdat de vissers te arm waren voor de toch wel dure ijzerkoekjes.
IJzerkoekjes worden gebakken op een bakijzer met een bepaalde structuur. Origineel ovaalvormig, al zijn ze tegenwoordig in allerlei vormen te krijgen. Wat heb je er voor nodig om te bakken: bloem, boter, suiker en specerijen. Kaneel geeft de uitgesproken kaneelsmaak.

Ze zijn te koop bij Jan Boer op de Westhavenplaats, Molendijk in de Groen van Prinstererstraat en Herweijer op de Loper. Jan Boer zelf begon zijn banketbakkerswinkel op de Westhavenplaats in Vlaardingen in 1915. Banketbakkerij Molendijk bestaat ondertussen meer dan 150 jaar, is van 1878. al zijn ze overgenomen door Carlier in Rotterdam.

Iedere bakker heeft zijn eigen recept. Banketbakker Anton van Roest van de Hoogstraat vertelde me eens dat toen hij in Vlaardingen kwam en de bakkerij van Schenk had overgenomen, hij van geen van zijn collega-banketbakkers het recept kon krijgen. Hij moest het zelf maar uitzoeken. Tot de sluiting van zijn banketbakkerij begin jaren zestig bakte hij één van de lekkerste ijzerkoekjes.

Veel Vlaardingers bakken de ijzerkoekjes zelf op een ijzer. Ze zorgen voor bloem, suiker, boter en kaneel. Molen Aeolus verkoopt kant en klaar ijzerkoekjesmeel. Landelijk werden ijzerkoekjes bekend door “Heel Holland Bakt” waar Vlaardinger Arjen Brijs ooit iets deed met ijzerkoekjes.

WILHELMIENTJES
Wilhelmientjes of Willemientjes in het Vlaardings taalgebruik, zijn koekjes die door alle Vlaardingse bakkers werden gebakken. Het zijn dunne krokante roomboterkoekjes. Het recept voor dit koekje stond al in 1936 in het boek ‘Klein gebak door een patissier’. De bedenker is echter niet bekend. Het product werd waarschijnlijk bedacht in 1898 toen – ter gelegenheid van het feit dat Wilhelmina tot koningin werd gekroond – tal van Wilhelminaproducten werden ontwikkeld. Het is niet echt typisch Vlaardings. Bekend werd het in de oorlog toen banketbakker Leen Boer van de Hoogstraat op 26 juli 1940 een advertentie plaatste in de Nieuwe Vlaardingse Courant dat Wilhelmientjes nog steeds bovenaan stonden en Nieuwe Soorten Boterkoekjes onderaan. De NVC had het woord Wilhelmientje en de letters NSB expres vet gedrukt. De Duitsers konden het niet waarderen. Door de advertentie werd het razend druk in de winkel van bakker Boer. Klap op de vuurpijl was, dat verpleegsters van het Coolsingel Ziekenhuis uit Rotterdam met oranje strikken op hun schorten, naar Vlaardingen togen en demonstratief de koekjes voor de deur opaten. Dat werd de Duitse bezetter te gortig, ze grepen in.
Boer kwam er in eerste instantie licht vanaf, hij werd slechts ‘uitgekafferd’. Het advertentieblad had meer pech en mocht daarna niet meer verschijnen. Het blad had de opmaak van de tekst bedacht en de woorden ‘Wilhelmientje’ en ‘NSB’ extra vet gedrukt.

De redactie had bovendien in de nabijheid van deze advertentie nog een andere advertentietekst geplaatst met als kop: ‘Laat- ie fijn zijn’, ofwel ‘Goed zo!’. Tot teleurstelling van de NSB’ers mocht Boer vooralsnog weer terug naar huis. Drie weken later werd de winkel alsnog een week gesloten. Daarna kwamen uit het hele land bestellingen voor de koekjes met speciaal gedrukt oranje etiket. Maar de grondstoffen raakten langzamerhand op en in het laatste oorlogsjaar sloot Boer de winkel. Na de oorlog is Leen Boer nog wel een tijd verder gegaan op de Hoogstraat.

SCHELVISPEKELBONBONS
Schelvispekel is een echt Vlaardings product. Het wordt gemaakt bij van Toor, nu eigendom van Leo Fontijne. Op een gegeven moment ontstond bij Jan Boer, Bram en Jannie Verhoeff, het idee om schelvispekel te combineren met chocola. Leo was daar wel voor in. Er kwamen vormpjes in de vorm van visjes, harinkjes dus. Met een vulling die was gebaseerd op schelvispekel. Ze zijn bij Jan Boer nog steeds te koop. Zowel met pure als met melkchocola.
DIK VAN ROMEIN
Dik van Romein is een soort gevuld (dik) speculaas. Ooit ontwikkeld door banketbakker Romein in de Pepersteeg. Jan Boer heeft, na het sluiten van de winkel in de Pepersteeg, het recept overgenomen van banketbakker Romein. Er was echter een probleem. Omdat er te weinig speculaaskruiden in zaten, mocht het van de warenwet geen speculaas heten. Wat nu? Het recept was van Romein en de plakken waren dik. Dik van Romein mocht dus wel.
Romein startte met bakkerij en winkel in 1904 en trouwde in datzelfde jaar met Neeltje Starre. In 1933 werd de zaak voortgezet door zijn zoon Arie Romein (1908-1975). Arie sr. verkocht in zijn winkel enkele specialiteiten. Grote krakelingen, Willemientjes - dunne, ronde boterkoekjes - en 'dik' speculaas, kortweg 'dik' genoemd.
IJSBROKKEN
Bij vorst maken de Vlaardingse banketbakkers de traditionele Vlaardingse ijsbrokken. Het winterse menthol snoepje dat wordt gegoten, uitgerold, gestanst en in stukken gesneden om het zijn typische vorm te geven. Of de nieuwe eigenaren van banketbakker Molendijk met vorst de tijdelijke verkoop daarvan, een oud gebruik, in ere houden is nog niet duidelijk.

IJSMOPPEN
Ook bij vorst hebben we ijsmoppen. Als de Vlaardingse Vaart met vorst was dichtgevroren kwamen de Westlanders op de schaats naar Vlaardingen. Om te bewijzen dat ze helemaal in Vlaardingen geweest waren moesten ze ijsmoppen mee terugnemen. Bij bakker Hazenberg, voorheen bakker Verburg op de Hoogstraat 13-15. Ze namen ze mee in een rode zakdoek. Dat koekje had een kenmerkende smaak van anijs en kaneel. Om warm te worden namen ze eerst een neutje in café de Kroon, dat vlak naast de bakkerij zat op de Hoogstraat. Dat is de plek waar nu bier- en eetlokaal Antonius is op de Hoogstraat. Het schuifraam is er nog steeds. Ze konden dat omhoog doen en dan het drankje aan de schaatsers geven. De ijsmoppen zijn wat aan de harde kant, zodat ze heel bleven als de schaatser door het neutje weleens onderuitging op het gladde ijs. Voor de Westlanders was dat het bewijs dat ze in Vlaardingen geweest waren. Inwoners van Rotterdam gingen op de schaats naar Gouda en moesten dan een Goudse pijp meenemen. Vergelijkbaar met de traditie van de Westlanders.


VLAARDINGSE HARINKJES
Patisserie Royal was weer gespecialiseerd in Vlaardingse Harinkjes. Een lekker koekje in de vorm van een haring. Royal zat eerst op de Hoogstraat en later op de Gedempte Biersloot, nu Veerplein. Het stond ook wel bekend als Cassa. Nadat ze gesloten zijn, werd het recept overgenomen door Jan Boer. Andere banketbakkers wilden ook harinkjes maken en verkopen. Dat mocht niet. Ze maakten daarna visjes, of makreeltjes, maar geen harinkjes. Nu noemen ze het allemaal harinkjes en niemand die er wat van zegt.
ZEEKAAK
Wat we vroeger ook wel aten was zeekaak. Iedere bakker maakte het wel. Knetterhard, maar wel lekker. Zeker als je van het Kolpabad kwam en wel trek had. De lekkerste zeekaak moet op zee geweest zijn. Dopen in de thee of koffie maakte het zachter. Schipper van Roon deed het aan boord als ontbijt in een diep bord met melk. Het werd een soort pap. Bakkers Haasnoot en Den Dulk in Katwijk bakken het nog. Bij de molen Aeolus kan je kant en klaar meel kopen. Aanmaken met water en in de oven. Het is eerst zacht, maar na een paar dagen is het knetterhard. En zo hoort het ook.
BPM’rs
Een gebakje wat niet echt Vlaardings is. Echter de naam komt nergens anders voor dan in Vlaardingen. Een rond of vierkant gebakje. Cake in het midden en marsepein er omheen. Bovenop wat vruchtjes en soms wat slagroom. BPM is de oude naam voor Shell. Bataafse Petroleum Maatschappij. Ook Shell Sportpark Vijfsluizen heette eerst BPM-sportpark Vijfsluizen. De mensen die aan de overkant werkten namen vaak deze gebakjes mee. Maar er is nog iets anders. De gebakjes leken veel op de “tengen” aan de overkant. De raffinaderij van de BPM.
RUM-BITTERKOEKEN
Buiten de traditionele lekkernijen proberen de huidige banketbakkers ook weleens wat nieuws. Bij Molendijk hebben ze in de bitterkoeken een vleugje rum gedaan, een iets andere vorm gegeven en er chocola omheen gedaan. Er zijn twee varianten: met melk- of met pure chocola.
BROEDER
Broeder werd niet alleen in Vlaardingen gegeten. Zelfs in Amsterdam is Broeder bekend. Op Scheveningen noemde men het “Zuster”, wat te vergelijken is met onze Broeder. In het Westland is Broeder ook bekend en noemt men het tegenwoordig “Westlandse Broeder”. Maar Vlaardingen is mijns inziens toch de hoofdstad van de Broeder. Wij eten het in de winter nog regelmatig. Met meel, krenten, rozijnen en gist van de Molen Aeolus. En spek van de slager.
Jan Anderson had ooit een tentoonstelling over Vlaardingse specialiteiten. Alhoewel mijn vrouw enig kind is, stond haar “Broeder” bij Jan in de vitrine.
Veel recepten en andere informatie van de genoemde specialiteiten is te vinden op internet. Sinds het recept voor Broeder op mijn website staat is dat, zeker in de winter, een van de meest bezochte pagina’s.
Dus mocht u trek krijgen, klik dan maar op de link "Broeder"
Eet smakelijk.

KANDEEL:
Het Middeleeuwse kraamvrouwendrankje Kandeel wordt nog steeds gemaakt door van Toor. Ook . Het romige, gele drankje werd warm genuttigd. Volgens de traditie was het de kersverse vader die de kandeel roerde met een pijpje kaneel, in aanwezigheid van kraamvisite.
Distilleerderij Van Toor produceert deze Oud-Hollandse Kandeel eierlikeur. De drank bevat 17 % alcohol, ingrediënten: Brandewijn, suiker en verse eieren vormen de basis van deze kandeel waaraan bijzondere specerijen worden toegevoegd als kruidnagel, nootmuskaat en kaneel.
Tijdens de geboorte van Koning Willem Alexander in 1967 werd kandeel geserveerd aan de gasten. De fles Kandeel van Van Toor zit in een feestelijke doos.

VULCAAN BIER
Vulcaan wordt gebrouwen door de Vlaardingse Bierbrouwerij in Vlaardingen. De receptuur van Vulcaan is in 2011 reeds ontwikkeld in onze eigen brouwerij en na vele proefbrouwsels verder uitgewerkt tot een volwaardig bier waar zij trots op zijn. Op hun website staat: “Onze bescheiden brouwcapaciteit geeft ons de mogelijkheid om ambachtelijke bieren te produceren met een goede smaak en hoge kwaliteit.”
Voor meer informatie over de brouwerij kunt u de website van de Vlaardingse Bierbrouwerij bezoeken.
SCHELVISPEKEL
Schelvispekel staat bekend als de oudste nog verkochte vissersdrank van Nederland.
Schelvispekel is de oudste vissersdrank die verkocht wordt in Nederland. De oorsprong ligt in de 17e eeuw toen vissers uit Vlaardingen op de Noordzee hun eigen drank aan boord maakten. Ze hadden de Schelvis geruild met de kruiden van de VOC schepen die terug kwamen uit Indië. Ze lieten de kruiden in de brandewijn trekken en hadden zo hun eigen sterke drank tegen de bittere kou. In de 17e eeuw had deze kruidenbitter nog geen naam. Waar komt de naam “Schelvispekel” vandaan? Het smaakt noch naar vis noch naar zout. Toen de vissers na de visvangst op de Noordzee weer aan wal kwamen werden ze begroet door hun vrouwen. Zij vroegen zich af waarom hun mannen zo vaak op hun logger naar beneden liepen. Om geen argwaan te wekken zeiden de vissers: “de Schelvis ligt in de pekel”! En zo konden de vissers eeuwenlang ongestoord hun eigen Schelvispekel blijven stoken en drinken op hun kotters. Legendarisch is het verhaal van Prinses Beatrix bij de opening van het toenmalig visserijmuseum in 1971. Ze vond het een heerlijke drank, maar een hofdame waarschuwde haar dat ze niet teveel mocht drinken van dat lekkere spul. Het was ook het favoriete drankje van de ondertussen overleden rockzanger David Bowie.
Websites:
Nic Molendijk - Alleen via Facebook en Instagram
Er waren in Vlaardingen vroeger nog veel meer bakkers en banketbakkers. Zoals W. den Boer met scheepsbeschuitbakkerij (Zeekaak)

En op de Westhavenkade Jac's den Boer:


Jac's den Boer

Westhavenkade met Jac's den Boer